NEXT: verhalen met toekomst - Hoofdinhoud
In Nederland zijn mensen op grote schaal bezig zichzelf te organiseren en zich te redden in onze gedigitaliseerde netwerksamenleving. Ze kiezen zelf wat ze willen en voeren zelf de regie. Instellingen realiseren zich langzamerhand dat zij afhankelijk zijn van de keuzes die bewoners maken en dat zij moeten uitgaan vanuit het perspectief van de gebruiker bij het onderzoeken van het functioneren van de eigen organisatie.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Er komt daardoor ook langzamerhand meer aandacht voor nieuwe vormen van samenwerking tussen bewoners van wijken en instellingen om de producten te verbeteren zo de band met de gebruiker te versterken en duurzamer te maken. Het gaat niet om 'u vraagt wij draaien', maar om nieuwe en meer gelijkwaardige vormen van samenwerking tussen burgers onderling en tussen burgers en instellingen. Het gaat om cocreatie.
Dat betekent anders werken, juist in de uitvoering. Professionals in de sociale sector zijn opgeleid om mensen te helpen zichzelf te helpen en samen met burgers aan nieuwe oplossingen te werken. Juist zij kunnen een bijdrage leveren aan deze omslag, die niet alleen in hun sector speelt. Ook het bedrijfsleven en de overheid blijven niet ongemoeid.
Anno 2011 is de Nederlandse bevolking massaal online. Volgens het CBS had in 2010 99% van de gezinnen met kinderen toegang tot internet. Bijna de helft (47%) van de internetgebruikers in de leeftijd 50-64 jaar en één op de vier (26%) gebruikers van 65 jaar en ouder gebruiken nu social networking sites. Volgens recent onderzoek van het CBS maken allochtonen in het algemeen meer gebruik van het internet dan autochtonen. Het nieuwe en snel groeiende bereik maakt het ook voor de sociale sector de moeite waard zich af te vragen hoe de functionele, gerichte inzet van ICT door professionals sociale en culturele doelen in de wijk dichterbij kan brengen.
Het eSociety Instituut laat in deze publicatie zien hoe mensen hun positie met ICT-gereedschappen verbeteren en hoe sociale professionals dit stimuleren. Het Instituut werkt hiervoor samen met o.a. Mira Media, Media4ME,Welzijn 2.0, het Verwey-Jonker Instituut, Kei Kenniscentrum, Aedes en diverse welzijnsinstellingen.
De casussen in deze publicatie gaan over onderwerpen die veel voorkomen in wijken: contact met jongeren, onderlinge dienstverlening, eenzaamheid doorbreken,werken met kunst en cultuur, etc. De beschrijvingen wijzen op de meerwaarde van media als Hyves, Facebook, Google maps, Youtube, SMS (Ping, WatchApp), gemeentelijke wijksystemen, Web in de Wijk,BuurtBuzz voor sociale doelen als empowerment en zelforganisatie van wijkbewoners.
De aanleiding voor deze publicatie is het 10-jarig bestaan van Web in de Wijk. Web in de Wijk was in 2001 het eerste websitesysteem in Nederland dat zich speciaal op wijken richt. Het is een brede wijkaanpak met niet alleen een digitale wijkapplicatie, waarmee alle bewoners van een wijk gemakkelijk eigen websites kunnen maken, maar ook met een eigen locatie van waaruit activiteiten plaatsvinden en een animateur. Deze sociale professional kan denken in termen van media en heeft als doel mensen te informeren en inspireren en tegelijkertijd een beeld te geven van de (on)mogelijkheden van het gebruik van ICT. Een aantal casussen in deze publicatie zijn met deze aanpak gerealiseerd. Maar inmiddels hebben overal in Nederland experimenten plaatsgevonden met ICT-gebruik door en voor bewoners in wijken. Die ervaringen willen de auteurs graag delen. Daarom zijn voorbeelden van andere projecten ook opgenomen.
Media4ME geeft deze publicatie uit omdat zij daarmee een bijdrage kan leveren aan de uitwisseling van kennis en expertise tussen burgers, wijkprofessionals en organisaties. Media4ME richt zich op projecten die sociale cohesie en interculturele dialoog in wijken verbeteren en stimuleert samenwerking tussen burgers, wijkorganisaties en instellingen met sociale media als gereedschap. Zij nodigt met deze publicatie sociale professionals uit ervaringen te blijven delen en argumenten te leveren om steeds professioneler met ICT te gaan werken. Zo kunnen burgers en organisaties in de wijk steeds meer profiteren van cocreatie en het verbinden van verschillende groepen in de samenleving.

